Paul Bouvy

28/12/2010

Dr. Paul Bouvy is psychiater bij het Erasmus MC - Daniel den Hoed Oncologisch Centrum. Op de kennisdag spreekt hij over de psychosociale problematiek van patiënten met kanker en de werkwijze van een multidisciplinair samengesteld team psychosociale oncologie.

 

 

 

 

Rotterdam, 26 november 2010

1. Wanneer heeft u de verbinding gelegd tussen Lichaam en Geest?

Ik kan me geen specifiek moment herinneren dat ik mij bewust werd van de verbinding. Als medisch specialist ben ik geïnteresseerd in het lichaam en wat het lichaam reguleert, dat blijken met name hersenen te zijn. Mijn interesse voor de geest is tijdens mijn studie geneeskunde ontstaan. Aanvankelijk dacht ik huisarts te worden, maar in het tweede en derde jaar wekten vakken als psychologie mijn interesse. In het vijfde jaar besloot ik psychiater te worden.

Als psychiater ben ik mij dagelijks bewust van de verbinding tussen lichaam en geest. Bij een patiënt maak ik altijd eerst een afweging van waar het probleem ligt; zijn het omstandigheden, de persoonlijkheid of is er fysiek iets aan de hand? Vervolgens kies ik voor en bepaalde aanpak: psychotherapeutisch, medicijnen of een combinatie van deze. Als psychiater werkzaam bij de oncologie werk ik met kankerpatiënten waarbij lichaam en geest als twee kanten van één medaille gezien worden. Patiënten met kanker kunnen met verschillende problemen te maken krijgen zoals angst, depressie en verwerkingsproblemen. Tegelijkertijd speelt hun ziekte en de behandeling er doorheen.

2. Waar ligt de focus in uw werkveld, op het lichaam of op de geest?

Ik ben in 1974 gaan studeren. Destijds werd psychiatrie als een wat apart medisch specialisme beschouwd. Psychiatrie zat nog erg in psychotherapeutische hoek en de gedachte heerste dat geestelijke problemen geen lichamelijke (medische) oorzaak hadden maar ontstonden door sociale problemen. In de jaren daarna ontwikkelde de psychiatrie zich tot volwaardig medisch specialisme met een eigen onderzoekstraditie, waarin een verschuiving plaatsvond naar de lichamelijke kant. Medicijnen voorschrijven bij psychische problemen werd meer geaccepteerd, al bleef de gedachte bestaan dat medicijnen zelden een goede oplossing bieden. Zo schreef Trudy Dehue onlangs nog een boek over de 'Depressie epidemie' waarin zij stelt dat de meeste depressies geen medische oorzaak hebben en dus niet met medicatie behandeld dienen te worden.

3. Tegen welke obstakels loopt u aan in het werkveld?

Financiering van onderzoek is altijd lastig. Desondanks is er in de afgelopen jaren behoorlijk geïnvesteerd in de psychiatrie, waarbij in een aantal grote projecten en onderzoeken de verbinding tussen lichaam en geest centraal stond. Een goed voorbeeld daarvan is de Nederlandse Studie naar Depressie en Angst (NESDA), een onderzoek naar depressie, angst en somatische klachten. Ik merk dat dergelijke onderzoeken breed gedragen worden. Vanuit de somatiek is op veel plekken het kwartje gevallen dat psychische processen een belangrijke rol spelen bij lichamelijke klachten. Het hebben van een chronische somatische aandoening verhoogt bijvoorbeeld de kans op een depressie.

Dat er een relatie is tussen lichaam en geest is inmiddels duidelijk, maar hoe deze elkaar beïnvloeden is vaak minder duidelijk. Ik vind persoonlijk dat sommige onderzoekers te gemakkelijk en te snel van causaliteit uitgaan, bijvoorbeeld dat stress kanker veroorzaakt. Wat ik ook lastig vind is de zogenaamde 'Armstrong mentaliteit', het idee dat mensen door geestelijk te vechten lichamelijk kanker kunnen overwinnen. Dat geloof ik niet omdat ik teveel voorbeelden heb gezien waarin dat niet het geval was. Bovendien vind ik dat dergelijke beweringen patiënten met kanker die niet genezen onterecht met een schuldgevoel opzadelen.

4. Hoe ziet u de toekomst voor de gezondheidszorg, wat zou u graag veranderen?

Ik verwacht dat de komende jaren onderzoek naar het functioneren van de hersenen uitgebreid wordt, met name onderzoek naar de hersenen en emoties. We kunnen nu met scanners zien welk deel van de hersenen een bepaalde emotie activeert. Zoiets wordt bijvoorbeeld interessant bij onderzoek naar depressiviteit. Het blijkt bijvoorbeeld dat depressieve mensen die foto's van gezichten met een neutrale emotie te zien krijgen, deze vaker als somber beschrijven. Iemand die depressief is blijkt de wereld dus anders te interpreteren dan iemand zonder depressie. Via een scanner kunnen we zien wat op zo'n moment gebeurt in de hersenen en ook hoe dingen in elkaar grijpen. Ik verwacht dat de komende jaren veel meer duidelijk zal worden op het gebied van hersenen en emoties.

©2012 lichaamengeest.nl  |  Sitemap